De standaard werkvorm van veel e-learning cursussen is simpelweg het zenden van informatie richting de cursist. Het eindresultaat is dat de cursus voorzien wordt van meer dan genoeg informatie, maar niet genoeg interactie. Door de informatiestructuur te veranderen ben je snel in staat meer interactie te bieden in je cursussen. Dit vereist echter een andere benadering in het ontwerpen van e-learning.

Laten we aannemen dat je al het vooronderzoek hebt gedaan en er klaar voor bent de cursus te maken. Je hebt duidelijke doelstellingen en alle informatie die nodig is deze doelstellingen te bereiken. Je wilt ook het begrip van de cursist toetsen. Dus onafhankelijk van de benadering begin je met dezelfde inhoud en doelstellingen.

Starting point

Eénrichtingsverkeer

Ik zie veel e-learning cursussen voorbij komen. Over het algemeen lijken ze allemaal dezelfde structuur te volgen. Ze beginnen met de doelstellingen, gaan over op de inhoud en eindigen met een toets. Sommigen bevatten tussentoetsen in de gehele cursus om de voortgang van de cursist te testen. Een typische cursus ziet er dus ongeveer als volgt uit:

Objectives to section 1,2,3 and than Assesment

Deze aanpak lijkt op het productieproces in een fabriek. Je ontwerpt iets dat voorziet in de behoeften van de meeste mensen. Vervolgens zet je het af richting alle leerlingen. 

Deze aanpak is niet per definitie verkeerd. Uitgaande van een goede structuur en een aantrekkelijk ontwerp, kan dit prima werken. Met name wanneer je alleen wilt bijhouden wie de cursus heeft afgerond en er geen echte prestatiedoelen aan de cursus worden toegekend. In realiteit is dat voor de meeste e-learning het geval, ongeacht hoe origineel je het probeert te presenteren. Daarnaast is het erg gemakkelijk om de cursus op deze manier te bouwen, omdat je je alleen op de informatie hoeft te richten. Het nadeel van deze aanpak is dat je ervan uitgaat dat alle informatie even relevant is voor alle cursisten en dat het voorziet in de leerbehoeften van de cursist. 

Tweerichtingsverkeer

Net als de eerdere benadering, nemen we aan dat je beschikt over alle inhoud die de cursist nodig heeft. In deze aanpak richt je je echter niet op het ontwikkelen van de inhoud, maar op de redenen voor de cursist om gebruik te maken van de inhoud. Je stimuleert de cursist om de inhoud die hij nodig heeft naar zich toe te trekken

De cursist omcirkelt met contents

Dit geeft alle cursisten toegang tot dezelfde informatie, terwijl de leerervaring voor iedere cursist uniek is. In plaats van je te richten op een universeel ontwerp dat de inhoud uiteenzet, richt je je op de redenen die de persoon heeft de inhoud te raadplegen. Met deze aanpak kun je nog steeds dezelfde informatie beschikbaar stellen. Het enige wat anders is, is de wijze waarop de cursist toegang heeft tot de informatie. 

Een praktijkvoorbeeld

Een tijd terug betegelde ik de badkamer in mijn huis. Ik had het nooit eerder gedaan en het ging niet helemaal goed. Ik verpestte dure wandtegels. 

Omdat ik geen kennis in huis had over tegelen, ging ik online op zoek naar de juiste techniek. Ik vond een website met alle mogelijke informatie over betegeling. Na door pagina's van informatie te klikken, vond ik uiteindelijk waar ik naar op zoek was. Ik moest echter weer even in wiskundige formules duiken om de berekeningen te begrijpen. Op een andere website vond ik vier simpele stappen over het betegelen van een badkamer. 

Hoe ziet deze leerervaring eruit? Beide websites kunnen we zien als 'cursussen' in badkamerbetegeling. Beide cursussen behandelden dezelfde onderwerpen, en beide sites waren zich niet van mij bewust. De 'cursussen' zijn gewoonweg op internet gezet.

Zij werden alleen relevant toen ik de behoefte had de inhoud te vinden. Ik had op dat moment behoefte aan kennis over het betegelen van badkamers. Dus een simpel vier-stappenplan was alles wat ik nodig had. Dit maakte de rest van de informatie niet minder waardevol. Het was alleen niet relevant voor mij op dat moment. Als ik echter meer zou willen weten van verschillende tegels en technieken, zou meer informatie wel relevant zijn.

Activeer de cursist

Wanneer je informatie produceert, denk je erover na wat de beste manier is om het bij de cursist te krijgen en hoe het blijft hangen. Als je echter de cursus zo inricht, dat de cursist zelf op zoek gaat naar informatie, kun je alle tijd besteden aan hoe de cursist gebruik maakt van de informatie, zodat je het zo in kan richten dat zij toegang tot de informatie hebben. 

Push the content to learner and learner to pull to the content

Je werkt in beide gevallen met dezelfde inhoud, maar verandert slechts de manier hoe je de informatie bij de cursist kan krijgen. In plaats van het maken van een inhoudsoverzicht, begin je met de vraag: "Hoe krijgen we de cursist zover dat hij op zoek gaat naar deze informatie?" 

Niet ingewikkeld

Dit hoeft niet ingewikkeld te zijn. Goede cases en scenario's kunnen bij de cursist de behoefte creëren op zoek te gaan naar informatie. Als ik eerder een cursus had gedaan over betegeling, zou ik me een tijd later waarschijnlijk niet alle details herinneren. Toen ik er echter behoefte aan had, was ik gemotiveerd om de informatie te vinden. En zelfs nu, een aantal jaar later, kan ik me nog steeds herinneren hoe je een badkamer betegelt. 

Je hebt hier zelfs geen grote cases voor nodig. Presenteer slechts een paar simpele vragen of problemen die om een oplossing vragen. Wat je hierdoor wilt bereiken is het opwekken van een behoefte naar bepaalde informatie. Wanneer de cursist deze behoefte heeft, is hij gemotiveerd een antwoord te vinden. Dat is hoe je de informatie bij de cursist krijgt. 

Door je focus te verleggen van éénrichtings- naar tweerichtingsverkeer, ben je in staat dezelfde informatie te delen en een leerervaring te scheppen die uniek is voor elke cursist.